In het noorden dreunen gletsjers, in het zuiden stuift sneeuw. Mammoets stampen over de bevroren toendra, wolharige neushorens wroeten naar diepvriesmos, bitter als gal: de wereld is ijs.

Heel de wereld?

Nee, in een azuren oceaan droomt Cotrahviné, een tropische archipel, zwoel als een zomeravond. Hier heeft magie de tijd stilgezet: slanke compsognatussen fluiten tussen varenbomen die elders met het Carboon verdwenen zijn, onmachtige goden schuilen in de holen van snuffelmuizen. Lang voor de eerste ploegaap getemd werd, stichtten onze magiërs (wier wijsheid de goden welgevallig is) het land der landen: Cotrahviné, dat zal bloeien 'tot het ijs zelf smelt en de laatste mammoet verdwenen is'.

Voor altijd dus.

Wanneer de sneeuw in een witte muur omlaag valt en rook de grotten vult, zingen de Neanderthalers de legenden van Cotrahviné.