Versie door Bart van Abbe (overleg | bijdragen) op 19 jun 2025 om 09:42 (Beschrijving van titel naar boek verplaatst)

Boek/1707930434

Op de universiteit stuit Richard waardige kamergeleerde, die een weddenschap aangaat met zijn collega's. Een computer kan een literatuurtentamen winnen van een mens. Richard moet voor de input van de gegevens zorgen. Uiteindelijk zou de computer zelf moeten leren associëren en nadenken over de literatuur. Dit interessante idee wordt echter doodgeslagen door pagina's saaie zinnen die voor geloofwaardigheid moeten zorgen. "G's vele subsimulaties, hun associatieve matrixen, de kladblok-parodieën die ze van zichzelf maakten, activeerden zichzelf nu door middel van synthetische input."

Het boek leeft op bij de confrontaties van Richard met de verwanten van zijn collega's. Het mongoloïde kind van een onderzoekster, de half-demente vrouw van de kamergeleerde laten het tegenbeeld zien van de pogingen om een machine aan het denken te krijgen. Ook de breuk met zijn vriendin komt in een ander daglicht te staan. Hij bemerkt dat hij zijn romans aan haar verhalen onttrokken had en daardoor van haar een literaire bron maakte.

Als de computer uiteindelijk voldoende kan denken en de gehele canon van de literatuur kent, komen zowel Richard en de computer erachter dat woorden niet toereikend zijn voor een mensenleven.