Boek/949710248
"Eerst was er het donker. . ./ toen kwam de wereld./ Eerst was er de maan. . ./ toen kwam de ochtend. . ./ en toen kwam er een dik mannetje." Met dat mannetje krijgt het verhaal contouren. Het is een merkwaardig schepsel met een neus als een omgekeerde slurf, dat in zijn uitdagend rode outfit frank en vrij op de wereld rondspringt. Een paraplu, een bootje, een ijskraampje en een langneuzige engel komen als vanzelfsprekend uit de lucht vallen. Het mannetje bouwt een kasteel van bakstenen die er zomaar zijn en als het avond geworden is komt de slaap, de droom en een stralende nieuwe morgen.
