|
|
| Regel 1: |
Regel 1: |
| In het begin was er... Bob,
| |
|
| |
|
| En Bob schiep hemel en aarde, en de dieren in het veld, en de wezens in de zee, en nog vijfentwintig miljoen andere soorten, inclusief een heleboel verrukkelijke meiden.
| |
|
| |
| En dat allemaal in zes dagen.
| |
|
| |
| Zes dagen! Geen gereinge prestatie, Bob.
| |
|
| |
| Geen wonder dat de aarde zo'n puinhoop is.
| |
|
| |
| Stel je voor dat God een typische puber is. Hij is lui, slordig, met zichzelf bezig, seksbelust, én staat op het punt Lucy te ontmoeten; het mooiste meisje op aarde. Helaas is het zo dat altijd wanneer Bob verliefd wordt, er rampen volgen. Laten we bidden dat Bob niet verliefd wordt op Lucy.
| |