|
|
| Regel 1: |
Regel 1: |
| Geboren te Oudorp, Noord-Holland. Nederlands schrijver en vertaler, journalist en medewerker bij een uitgeverij. Zijn ouders waren Pieter Groot (stalknecht en landbouwer) en Maartje Appel. Frederik Pieter Groot ‘is opgeleid voor het onderwijs aan de Rijkskweekschool in Haarlem, maar koos, na enige jaren in de administratieve sector werkzaam te zijn geweest, voor de journalistiek’. Hij debuteert met zijn schrijfsels in 1926 in het eerste jaarboek - ‘de bundel’ - van het dan net twee jaar jonge Historisch Genootschap Oud West-Friesland. Daarin staat zijn ‘schets uit Westfriesland’, vier pagina’s in dialect, onder de titel ''De paleng van de Heere of'' ''Het gestoorde feistmaal''. Als het duo Jasper en Marijke treden Fred. Groot en zijn uit Broek op Langedijk afkomstige echtgenote Anna (Anny) Margaretha Hagenaar (25 april 1903) in de jaren dertig van de vorige eeuw op met zang, voordrachten en liedjes aan de piano tijdens bijeenkomsten in Westfriesland. Ze zijn in 1927 getrouwd en zo'n tien jaar later krijgt hun dochter Frederika/Freddy onder de naam Maaike ook een rol in de optredens. Ze zijn succesvol, net als hun zelfgeschreven toneelspelen. Zo wint het echtpaar in 1932 met ''Z'n dag was kommen'', een toneelspel in drie bedrijven, de eerste prijs in een prijsvraag met vele inzendingen, uitgeschreven door het Historisch Genootschap. Het duo is in die jaren ook regelmatig via de radio te beluisteren, onder andere met hun ‘Westfriesch uurtje’ voor de VARA-microfoon. In die jaren dertig is Fred. Groot - naast zijn optredens als Jasper - werkzaam als kantoorbediende bij de Fa. Gebr. Kloosterboer, groente-exportbedrijf in Sint Pancras. Hij woont er in een huis van zijn baas, tot hij in 1936 bij de firma wordt ontslagen wegens het stelen van postzegels. Dat wordt het begin van een affaire, uitgebreid te lezen in het boek ''Aartsrivalen'' (2020) van Langedijker Martin Wagenaar, onder meer oud-gemeenteraadslid en uitgever. Na zijn ontslag verhuist Fred. Groot naar Schagen, waar hij als journalist voor de Schager Courant zijn functie gebruikt om - zijns inziens - misstanden in Sint Pancras aan de kaak te stellen. Het artikel in februari 1938 onder de kop ''Zonderlinge toestanden in Sint Pancras'' lijkt een voorloper van de manier waarop hij vanaf februari 1940 zal uithalen naar groente-exporteur Jan Kloosterboer. De Pancrasser wordt in die maand gearresteerd wegens het verstrekken van gegevens aan de Duitsers over Franse en Engelse schepen die uit Nederlandse havens vertrekken. Hij is een week daarvoor gestopt met die spionageactiviteiten vanwege het torpederen van een Nederlands schip door de Duitsers. Fred. Groot benut die arrestatie om Kloosterboer — bijgenaamd ‘Barre Jan’ — aan de schandpaal te nagelen met krantenartikelen als ‘''Inval in spionagenest te Sint Pancrass. Bekend groente-expediteur in opspraak'', ''De val van een wereldfirma'' en ''Zijtak van een internationaal spionagecomplot''. Na de capitulatie van Nederland op 15 mei 1940 draait alles in deze zaak andersom: Jan Kloosterboer wordt vrijgelaten door de bezetters en eenmaal thuis richt hij zijn pijlen op de regionale kranten en Frederik Groot in het bijzonder. Kloosterboer eist en krijgt een rectificatie. Frederik Groot vertrekt in mei 1942 bij de Schager Courant. Een maand later al is hij redacteur bij het blad ‘De Landstand’ van de NSB-organisatie voor boeren, vissers en tuinders. Het gezin Groot-Hagenaar verhuist dat jaar van Schagen naar Alkmaar. Groot is van augustus tot december 1942 sympathiserend lid van de NSB. In mei 1944 verlaat hij het NSB-blad, wordt ‘Truppführer’ bij het Nationaalsozialistisches Kraftfahrkorps (NSKK), een paramilitair onderdeel van Hitlers NSDAP, met ook een buitenlandse organisatie. Frederik Groot treedt daarmee in dienst van de Duitsers. Na de bevrijding leggen vrouw en dochter van Frederik Groot verklaringen af tegen hem vanwege zijn oorlogsactiviteiten. Op 8 mei 1945 wordt hij gearresteerd en gevangengezet. Anderhalve week later gaat Jan Kloosterboer ook opnieuw de gevangenis in vanwege de vooroorlogse spionageaffaire. Tijdens zijn verblijf in het Interneringskamp Rochdale in Alkmaar (8 mei 1945-15 maart 1946) is Frederik Groot redacteur van het kampblad en schrijft daarin een feuilleton over een veroordeelde politiek delinquent, die amnestie krijgt en weer naar huis mag… Op 9 oktober 1947 begint het proces tegen Frederik Pieter Groot voor het Bijzonder Gerechtshof in Amsterdam. Het dagblad De Vrije Alkmaarder weet er in het verslag wel raad mee: ‘Veel eerzucht, maar weinig karakter’. De eis luidt vijf jaar, het vonnis wordt zes jaar cel.
| | Frederik Pieter Groot werd geboren op 16 juni 1902 in Oudorp, Noord-Holland. Hij was een Nederlandse schrijver, vertaler, journalist en werkte als medewerker bij een uitgeverij. Zijn ouders waren Pieter Groot, een stalknecht en landbouwer, en Maartje Appel. |
|
| |
|
| In een bericht uit 1948 in dezelfde krant wordt de naam Jasper nog één keer genoemd:
| | Groot volgde zijn opleiding aan de Rijkskweekschool in Haarlem, maar koos na enige tijd in de administratieve sector te hebben gewerkt voor een carrière in de journalistiek. Hij maakte zijn debuut als schrijver in 1926 in het eerste jaarboek van het Historisch Genootschap Oud West-Friesland, waarin zijn 'schets uit Westfriesland' werd opgenomen. |
|
| |
|
| ‘Jasper’ gezuiverd: 15 jaar geen journalist. De journalist F.P. Groot, beter bekend als Jasper van het Westfriese cabaretduo Jasper en Marijke en in de oorlog onder andere hoofdredacteur van ‘De Landstand’ is door de Commissie voor de Perszuivering voor vijftien jaar ontzet uit het recht werkzaam te zijn in een journalistieke functie. Drie jaar heeft hij er intussen al op zitten: de straf ging in op 5 Mei 1945. Het proces tegen Jan Kloosterboer begint in december 1948. Op verzoek van zijn verdediger, de bekende mr. Cees Berkhouwer, wordt ‘Barre Jan van Sint Pancras’ in deze inmiddels negen jaar oude zaak voorlopig in vrijheid gesteld. In maart 1949 luidt de eis zes jaar cel. In het vonnis wordt dat teruggebracht tot twee jaar en zes maanden, met aftrek van voorarrest. In mei 1950 verleent koningin Juliana hem gratie. Frederik Groot komt na Interneringskamp Rochdale via onder meer Fort Zuidwijkermeer op 28 april 1948 terecht in Rijkswerkinrichting ‘De Passart’ in Treebeek (Limburg), waar hij te werk wordt gesteld in de naastgelegen Staatsmijn Emma. Op 15 oktober van dat jaar komt hij voorwaardelijk vrij. Hij gaat dan al snel aan de slag als schrijver van boeken, want hij mag tot 1960 niet als journalist werken. Zijn oorlogsverleden maakt ook een einde aan zijn huwelijk. In de jaren vijftig woont Frederik Groot in Alkmaar samen met de weduwe A. de Vries en haar kinderen. In 1956 wordt het gezin uitgebreid met de tweeling Jan en Pieter die de achternaam van hun moeder krijgen. Van Frederik Groot verschijnen vanaf 1950 in rap tempo boeken onder de schuilnamen Ewout Speelman en Pieter Nierop (voor dit pseudoniem is de achternaam van zijn grootmoeder Guurtje Nierop gebruikt). De recensies op 18 juli 1951 in diverse regionale kranten zijn merendeels positief over Speelmans debuutroman: ‘Bij de uitgeversmaatschappij West-Friesland te Hoorn verscheen ‘De grote zonde’ door Ewout Speelman. ‘Een roman van het land’, waarmee een jonge Noord-Hollandse auteur op gelukkige wijze debuteert’. Groot is de auteur van een bijzonder uitgebreid oeuvre (ca. 200 werken), dat streekromans, kinder- en meisjesboeken en toneelwerk omvat. Schreef ook onder het pseudoniem Eewout Speelman meer dan veertig streekromans. Zijn streekromans speelden zich veelal af in West-Friesland. Hij was een veelschrijver die stierf in alle anonimiteit. Co-auteur: [[Persoon/-1539653412|Koert de Haan]]
| | In de jaren dertig trad Groot samen met zijn echtgenote Anna Margaretha Hagenaar op als het duo Jasper en Marijke, waarbij ze zang, voordrachten en liedjes aan de piano brachten. Ze waren succesvol en wonnen in 1932 de eerste prijs in een toneelprijsvraag uitgeschreven door het Historisch Genootschap. |
| | |
| | Gedurende de jaren dertig werkte Groot als kantoorbediende bij een groente-exportbedrijf in Sint Pancras, maar werd in 1936 ontslagen wegens diefstal van postzegels. Dit leidde tot een affaire en uiteindelijk vertrok hij naar Schagen, waar hij als journalist voor de Schager Courant ging werken. |
| | |
| | Tijdens de oorlog was Groot hoofdredacteur van 'De Landstand', een blad van de NSB-organisatie voor boeren, vissers en tuinders. Hij was ook sympathiserend lid van de NSB en trad later in dienst bij het Nationaalsozialistisches Kraftfahrkorps (NSKK), een paramilitaire organisatie van de NSDAP. |
| | |
| | Na de oorlog werd Groot gearresteerd vanwege zijn oorlogsactiviteiten en veroordeeld tot zes jaar cel. Na zijn vrijlating in 1950 mocht hij niet als journalist werken, dus begon hij onder verschillende pseudoniemen boeken te schrijven, waaronder Ewout Speelman en Pieter Nierop. Groot schreef een uitgebreid oeuvre van ongeveer 200 werken, waaronder streekromans, kinderboeken en toneelstukken. Hij stierf in anonimiteit |
Frederik Pieter Groot werd geboren op 16 juni 1902 in Oudorp, Noord-Holland. Hij was een Nederlandse schrijver, vertaler, journalist en werkte als medewerker bij een uitgeverij. Zijn ouders waren Pieter Groot, een stalknecht en landbouwer, en Maartje Appel.
Groot volgde zijn opleiding aan de Rijkskweekschool in Haarlem, maar koos na enige tijd in de administratieve sector te hebben gewerkt voor een carrière in de journalistiek. Hij maakte zijn debuut als schrijver in 1926 in het eerste jaarboek van het Historisch Genootschap Oud West-Friesland, waarin zijn 'schets uit Westfriesland' werd opgenomen.
In de jaren dertig trad Groot samen met zijn echtgenote Anna Margaretha Hagenaar op als het duo Jasper en Marijke, waarbij ze zang, voordrachten en liedjes aan de piano brachten. Ze waren succesvol en wonnen in 1932 de eerste prijs in een toneelprijsvraag uitgeschreven door het Historisch Genootschap.
Gedurende de jaren dertig werkte Groot als kantoorbediende bij een groente-exportbedrijf in Sint Pancras, maar werd in 1936 ontslagen wegens diefstal van postzegels. Dit leidde tot een affaire en uiteindelijk vertrok hij naar Schagen, waar hij als journalist voor de Schager Courant ging werken.
Tijdens de oorlog was Groot hoofdredacteur van 'De Landstand', een blad van de NSB-organisatie voor boeren, vissers en tuinders. Hij was ook sympathiserend lid van de NSB en trad later in dienst bij het Nationaalsozialistisches Kraftfahrkorps (NSKK), een paramilitaire organisatie van de NSDAP.
Na de oorlog werd Groot gearresteerd vanwege zijn oorlogsactiviteiten en veroordeeld tot zes jaar cel. Na zijn vrijlating in 1950 mocht hij niet als journalist werken, dus begon hij onder verschillende pseudoniemen boeken te schrijven, waaronder Ewout Speelman en Pieter Nierop. Groot schreef een uitgebreid oeuvre van ongeveer 200 werken, waaronder streekromans, kinderboeken en toneelstukken. Hij stierf in anonimiteit