Boek/1164317629
 
(3 tussenliggende versies door 2 gebruikers niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
Hij is klein, heeft een grote mond, een korte varkenssnuit, vuurrood haar, blauwe sproeten en verschijnt alleen op zaterdagen. Meneer Honnebier is de eerste die ontdekt dat het om een Zater gaat. Of hij blij moet zijn met zijn ontdekking, betwijfelt hij. Want vanaf die tijd ziet de Zater hem als vader. Daar is hij mooi klaar mee. Want het groene wezentje is heel brutaal, jaagt iedereen tegen zich in het harnas en eet alles wat los en vast zit. Honnebier beleeft eerst alleen maar ellende met de Zater. Dan komt hij erachter dat het ventje wensen in vervulling kan laten gaan. Eén wens kost één blauwe sproet. Maar net als het leuk wordt, zijn de sproeten op en is het weer zaterdag. En Zaters blijven nooit langer dan zeven dagen. Gelukkig weet meneer Honnebier wat er moet gebeuren om een Zater terug te krijgen. En hij weet ook al wat hij dan zal wensen.
Wie heeft er een varkensneusje, een grote bos rood stekelhaar, brutale ogen en een gezicht vol met blauwe sproeten? Dat kan natuurlijk alleen maar een Zater zijn!
 
Een Zater is voor niets of niemand bang, is ontzettend brutaal een eet het liefst hoeden, zakdoeken en prullenmanden. Meneer Honnebier wist niet eens wat een Zater was, tot hij er op een zaterdag een ontmoet. 'Dag papa!' zegt de Zater en vanaf dat moment staat alles op zijn kop. Vooral als meneer Honnebier ontdekt dat de blauwe sproeten van de Zater 'wenssproeten' zijn. Alles wat hij maar wil kan hij in vervulling laten gaan. Bijvoorbeeld dat het in zijn kamer gaat sneeuwen, of dat zijn altijd foeterende hospita, mevrouw Koolstra, alleen nog maar lieve dingen tegen hem zegt. Het vreselijke mens raakt helemaal overstuur. Net goed! Op een dag ontdekt meneer Honnebier dat er op het gezicht van de Zater nog maar een paar blauwe sproeten over zijn. Wat nu?
ws-page-props
Regel 14: Regel 14:
|OmslagIllustratiesPg=Persoon/-604613598
|OmslagIllustratiesPg=Persoon/-604613598
|BoekIllustratiesPg=Persoon/-604613598
|BoekIllustratiesPg=Persoon/-604613598
|Cover=maar_p_zevendagenzaterdag_2002.jpg
|Opmerking=Het boek bij de film Sproet
|Cover=Zeven-dagen-zaterdag---paul-maar-2002-3-230757-1743521385.jpg
|ID=1164317629
|ID=1164317629
|GUID={E43DFFEF-EB4F-454E-B1F1-3CE5A5202D6A}
|GUID={E43DFFEF-EB4F-454E-B1F1-3CE5A5202D6A}
|HeeftCover=1
|HeeftCover=1
}}
}}

Huidige versie van 1 apr 2025 15:30

Wie heeft er een varkensneusje, een grote bos rood stekelhaar, brutale ogen en een gezicht vol met blauwe sproeten? Dat kan natuurlijk alleen maar een Zater zijn!

Een Zater is voor niets of niemand bang, is ontzettend brutaal een eet het liefst hoeden, zakdoeken en prullenmanden. Meneer Honnebier wist niet eens wat een Zater was, tot hij er op een zaterdag een ontmoet. 'Dag papa!' zegt de Zater en vanaf dat moment staat alles op zijn kop. Vooral als meneer Honnebier ontdekt dat de blauwe sproeten van de Zater 'wenssproeten' zijn. Alles wat hij maar wil kan hij in vervulling laten gaan. Bijvoorbeeld dat het in zijn kamer gaat sneeuwen, of dat zijn altijd foeterende hospita, mevrouw Koolstra, alleen nog maar lieve dingen tegen hem zegt. Het vreselijke mens raakt helemaal overstuur. Net goed! Op een dag ontdekt meneer Honnebier dat er op het gezicht van de Zater nog maar een paar blauwe sproeten over zijn. Wat nu?