Pappa bekeek de hoed heel nauwkeurig en zette hem toen, staande voor de spiegel in de salon, op zijn hoofd. De hoed was een tikje te groot en belemmerde het gezicht, maar het geheel maakte toch een machtige indruk. Mamma! Riep Moem. Kom eens naar Pappa kijken! Mamma deed de deur van de keuken open en bleef stomverbaasd op de drempel staan. Staat-ie-me? vroeg Pappa. Jawel, zei Mamma. Ja, je ziet er echt mannelijk mee uit. Maar hij lijkt mij een beetje te groot voor je. Is het zo beter? Vroeg Pappa en schoof de hoed naar achteren op zijn hoofd. Hm, zei mamma. Natuurlijk staat hij je goed, maar volgens mij zie je er iets waardiger uit zonder hoed. Pappa spiegelde zich van voren en van achteren en van alle kanten in de spiegel en legde toen de hoed met een zucht op het dressoir. Je hebt gelijk, zei hij. Niet alles behoeft altijd een versiering.
