Geboren te Den Haag, Zuid-Holland. Johan Tersteeg was een Nederlandse officier, daarna kunsthandelaar, uitgever en romanschrijver. Was de zoon van de kunsthandelaar Herman Gijsbert Tersteeg en Maria Magdalena Alida Pronk. Zijn vader wilde dat hij de zaak overnam, de krijgsmacht trok hem meer aan.
Na de K.M.A. in Breda (1899), waar hij al schreef voor de legeralmanak, debuteerde hij in 1893 in Elseviers Geïllustreerd maandblad. Vanaf 1899 werkte hij mee aan het radicale en socialistische orgaan van Herman Heijermans, in 1903 werd hij mederedacteur van het weekblad Lente en plaatste hij artikelen over de moderne letteren en de schilderkunst. In 1904 werd hij hoofdredacteur van De Militiewet. Toen al ontpopte hij zich tot een kritisch man die niet veel ontging.
In 1905 verliet hij de militaire dienst en ging hij voor de kunsthandel van zijn vader werken. Hij reisde honderden malen naar Parijs en Londen om daar de kunstveilingen af te stropen. De kunsthandel werd opgeheven na de perikelen rond de eerste wereldoorlog. Hierna werd hij mededirecteur van Sijthoff en redacteur van de Nederlandsche Bibliographie. Hij was op dat moment ook al hoofdredacteur van het maandblad van de Nederlandsche Uitgeversbond. In 1922 verliet een medewerker van Sijthoff het bedrijf om de N.V. Leidsche Uitgeversmaatschappij op te richten. Tersteeg volgde een jaar later en werd mededirecteur.
Hij schreef talloze romans en misdaad romans. De Tweede Wereldoorlog deed zijn handel (kunst en boeken) geen goed en van een gefortuneerde heer zakte hij af naar iemand die de dubbeltjes om moest keren. Na de Tweede Wereldoorlog was hij de initiatiefnemer van de commissie voor de propaganda voor het boek en hij stelde de Boekenweek in.
Schreef als J. Tersteeg en gebruikte pseudoniemen als Jafir, A. Betrand, J. Eilkema de Roo, J.T. van Leiden, Frank Farrington, Th.H. van de Velde, Simon van der Tocht, Evert de Bloch en Eva H. Post.
Overleden na een zware lijdensweg te Den Haag, Zuid-Holland
