Persoon/64

Geboren in Honfleur, Normandië. Zoon van een apotheker. Na zijn schooltijd kwam hij als leerling in de apotheek van zijn vader. Ontpopte zich al gauw als practical joker door bijvoorbeeld sponzen in een rode vloeistof te dopen zodat gevoelige klanten, menend een bloederig hart te zien liggen, voor de toonbank flauwvielen. Allais zette zijn leertijd voort in Parijs tot hij in militaire dienst moest; na z’n afzwaaien raakte de studie enigszins op de achtergrond en Allais werd de geestelijke vader van diverse literaire scholen en richtingen, zoals de ‘Hydropathes’ (Waterdokters), waartoe onder meer Steinlen, Wilette en Sarah Berard behoorden. Het meest succesrijke cabaret van die tijd was ‘Le Chat Noir’, waar dichters hun werk kwamen voorlezen en waar happenings niet van de lucht waren. In 1885 werd Allais hoofdredacteur van het huisorgaan van Le Chat Noir en schreef een wekelijkse kroniek, die in Parijs even populair was als indertijd de dagelijkse Kronkels van Carmiggelt in Amsterdam. In 1892 ging hij eveneens een kroniek in het blad Le Journal schrijven en het jaar daarop trad hij toe tot de redactie van Le Sourire, waarvan hij al spoedig hoofdredacteur werd. Met het schrijven van de twee verhalen die hij wekelijks op donderdag moest inleveren, wachtte hij altijd tot de allerlaatste minuut, dan schreef hij aan een cafétafeltje (nooit thuis) beide artikelen, stopte ze zonder ze over te lezen in een envelop en liet ze door de kelner posten. Allais werd begraven op het kerkhof van Saint-Ouen. Een bominslag aldaar liet van zijn graf niets over, zodat de opzichter van het kerkhof, geheel in de geest van Allais, tegen diens biograaf Anatole Jakowsky zei: ‘Alleen de plek zelf bestaat nog’. Allais raakte daarna in het vergeetboek tot de surrealist André Breton weer de aandacht op hem vestigde door werk van hem op te nemen in zijn in 1940 verschenen ‘Zwarte humor-anthologie’. Aangezien in Nederland, naar Heine’s beroemde uitspraak, alles 25 jaar later gebeurd, moesten we dus tot ongeveer 1966 wachten vóór wij kennis konden maken met Allais’ unieke talent. Dank zij Theo Sontrop, aan wiens uitgebreide bibliotheek bovenstaande gegevens ontleend zijn.