Geboren te Portland, Maine. Stephen Edwin King is een Amerikaans schrijver van onder meer horror- en sciencefictionverhalen en thrillers. De tweede zoon van Donald en Nellie Ruth Pillsbury King. Het huwelijk van Donald en Nellie bleek geen succes. Stephen was nog een kleuter toen zijn vader het gezin verliet en werd, samen met zijn oudere broer, vervolgens opgevoed door moeder Nellie. King begon al vroeg met schrijven. Toen hij ongeveer dertien jaar oud was, vond hij een doos met oude boeken van zijn vader in het huis van zijn tante, meest horror en sciencefiction. Hij was direct verslingerd aan deze genres. Na de basisschool en de High School, belandde Stephen op de University of Maine. Zijn docenten hadden al gauw oog voor zijn creatieve talent en moedigden hem aan om dit verder te ontwikkelen. Toch werden zijn eerste verhalen verschillende keren afgekeurd voor publicatie. In zijn studentenperiode kreeg hij de kans om een wekelijkse column voor de Maine Campus-schoolkrant te schrijven. Op andere vlakken was hij tijdens zijn studietijd eveneens actief. Hij deed aan schooltoneel en mengde zich in de studentenpolitiek. Hij werd zelfs lid van de Student Senate en ondersteunde de vredesbeweging die zich inzette tegen de Vietnam-oorlog. In zijn vierde jaar ontmoette hij Tabitha Spruce, zijn latere vrouw. In 1970 studeerde King af en behaalde een graad in Engels die hem tevens de bevoegdheid geeft om les te geven aan een High School.
Direct na zijn afstuderen werd hij afgekeurd voor dienst. Zijn hoge bloeddruk, beperkt zicht, dito gehoor en platvoeten leverden hem nu eens iets positiefs op. Het echte leven begon voor King na zijn studententijd. Hij verhuisde naar Orono. In 1971 trouwde hij met zijn universiteitsliefje Tabitha Spruce en wilde hij aan de slag als leraar. De vacatures bleken niet voor het oprapen te liggen. King nam vervolgens een baan aan in een wasserij. Ook zijn vrouw had ondanks haar historische graad moeite met het vinden van een baan en ging in de horeca werken. Het loon dat King voor zijn baan bij de wasserij kreeg is echter niet de enige inkomstenbron voor de Kings.
Ook wanneer King een functie kreeg als docent op een High School en daardoor meer ging verdienen, bleef hij schrijven. Vooral in de avonden en in de weekends schreef Stephen het ene korte verhaal na het andere en richtte zich gaandeweg ook op omvangrijker werk. Bekroond in 2003 met de National Book Award.
Stephen schreef geregeld korte griezelverhalen, die zo nu en dan geplaatst werden in bladen die zich op mannen richten. King kreeg ook een drankprobleem waar hij meer dan 10 jaar mee heeft geworsteld. Tijdens deze periode begon King met een aantal verhalen. Een daarvan ging over een jong meisje met bovennatuurlijke krachten. Omdat het verhaal hem frustreerde, gooide King het weg. Later kwam hij erachter dat Tabitha het verhaal had gevonden en uit de vuilnisbak had gehaald, ze haalde hem over om het af te maken onder de naam Carrie. Hij stuurde het verhaal naar een vriend bij een uitgeverij en vergat het toen min of meer. Enige tijd later ontving hij een voorschot van $2500 en werd de roman gepubliceerd. Jaren later zouden de publicatierechten verkocht worden voor $400.000.
In On Writing, een boekje over hoe te schrijven, geeft King toe dat hij tegen die tijd constant dronken was. Hij verklaart ook dat Jack Torrance, de alcoholistische vader uit The Shining, grotendeels op zichzelf gebaseerd is hoewel hij dat jarenlang niet heeft toegegeven. Kort na de publicatie van The Tommyknockers grepen zijn familie en vrienden in door zijn vuilnis op het vloerkleed voor hem te dumpen om hem te confronteren met zijn verslavingen: bierblikjes, sigarettenpeuken, cocaïne, valium, Xanax enzovoort. Hij ging hulp zoeken, en stopte met drinken in de tweede helft van de jaren tachtig.
In de zomer van 1999 werd King het slachtoffer van een ongeluk; hij werd aangereden terwijl hij over een heuvel liep en hij werd meer dan vier meter in de lucht geslingerd. Bij het neerkomen miste hij wonderbaarlijk genoeg de zijkant van de auto en een stapel rotsblokken. Tijdens het vervoer naar het ziekenhuis kreeg hij een klaplong. Daarnaast had hij zijn rechterbeen (op meerdere plaatsen) alsmede zijn rechterheup en vier ribben gebroken. Zijn knie was doormidden en hij had ook beschadigingen aan zijn ruggengraat. De bestuurder van de auto, Bryan Edwin Smith, werd veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en intrekking van zijn rijbewijs voor de periode van één jaar. Hij verklaarde dat hij was afgeleid door zijn hond. King werd na drie weken ontslagen uit het ziekenhuis, maar onderging daarna nog zo'n zes operaties en fysiotherapie. Hij ging door met schrijven, maar kon niet meer dan 40 minuten zitten omdat de pijn dan ondraaglijk werd. Riding the Bullet (Nederlandse vertaling: Achtbaan) is het eerste boek dat hij na zijn ongeluk schreef. Het is ook het eerste dat hij als e-boek publiceerde. Tot op heden is dit het populairste e-boek ooit verschenen. King heeft het auto-ongeluk ook verwerkt in zijn magnum opus De Donkere Toren en in de miniserie Kingdom Hospital. King liet de auto van Smith door zijn advocaat opkopen, naar eigen zeggen om te voorkomen dat de wagen op eBay zou belanden.
De verhalen van King gaan vaak over onopvallende personages die worden ondergedompeld in toenemend beangstigende situaties. Hij schrijft ook meer literair werk, zoals The Body, later verfilmd als Stand by me, maar ook Rita Hayworth and Shawshank Redemption en The Green Mile, later bekend geworden als films onder de titels The Shawshank Redemption en The Green Mile. Ook The Stand werd na de uitgave van de onverkorte versie verfilmd tot een miniserie.
In januari 2002 zou King gezegd hebben dat hij zou stoppen met schrijven nadat hij de lopende projecten had afgewerkt. Later gaf hij aan dat de journalist met wie hij had gesproken, meer aangenomen had dan hij in werkelijkheid had gezegd. Hij heeft wel gas teruggenomen, maar gestopt is hij niet.
King woont momenteel in Bangor met zijn vrouw Tabitha, die ook schrijver is. Ze kregen drie kinderen; dochter Naomi King (1970), zoon Joe Hill (1972) en zoon Owen King (1977). Hun beide zonen werden ook schrijver.
Co-auteurs: Peter Straub, Chizmar Owen & Joe Hill
