Hans keek de jongeman recht in de ogen, een forse, gehaakte neus als de snavel van... nee, geen adelaar, een raaf. Raaf, de wijze vogel van zoveel goden en godinnen. 'Waarom kruis je mijn pad steeds, vreemdeling? Ik begrijp je lotsbestemming niet. Geef me je naam.' Hans' lippen bewogen. Met een grote wilsinspanning wist hij zijn roepnaam te vermijden. 'Ha... Egbert d'Ancy.' 'Ay, nee, niet die naam. Je ware naam.' Hans' lippen trilden, zijn tong verkrampte maar hij kon geen woord uitbrengen. 'Je weet het zelf niet,' concludeerde de sjamaan. 'Misschien is er dan nog hoop.' 'Heb je zelf geen naam?' vroeg d'Ancy. 'Of vrees je me te zeer om je naam te geven?' 'Ik zal de uitverkoren Zoon van de Zon worden. De Keizer der Keizers. Maar voor jou draag ik een andere naam.' 'Ja?' 'Je dood.' De sjamaan hief zijn harpoen. Blauw gletsjerlicht glansde om de ivoren weerhaken. Een ademloos moment, waarin elke aktie ondenkbaar was en toen suisde de harpoen naar voren.
Een wervelende avonturenroman van Nederlands meest succesvolle SF-schrijver.




