In dit literaire sf-werk van de klassieke meester Olaf Stapledon wordt de tragedie beschreven van een hond die de geest van een mens bezit. Sirius is het wetenschappelijk hoogtepunt van het werk van een geleerde, die de mogelijkheden onderzoekt om de denkcapaciteit door middel van hormooninjecties te vergroten. Een supermens staat hem voor ogen. En Sirius is daarbij de tussenvorm, een geslaagd experiment. Het dier groeit op met de jongste dochter van de geleerde. Aanvankelijk zijn ze één in daad en denken, maar allengs wordt de kloof groter, als de gevoelens, instincten en fysiek van de hond afgroeien van het kind, dat een vrouw wordt. In het uiteindelijk conflict tussen intellect en instincten wordt Sirius vernietigd omdat hij niet bestaan mag, omdat hij het slachtoffer is geworden van een maatschappij die hem niet aanvaarden wel.
