Jeroen en zijn vriend Tijl krijgen de schrik van hun leven als zij in de duinen een vliegende schotel waarnemen die boven op hun hutje dreigt te landen. Juist als zij denken dat het vreemde voorwerp hen zal verpletteren, spat het met een daverende knal uit elkaar. Er blijft totaal niets van over, niet het geringste splintertje. Maar wel ontdekken zij nu een vreemd grijs wezentje, rond als een meloen, met drie dunne buigzame pootjes; het heeft geen oren, geen ogen en geen neus, maar wel een soort slurfje en aan de bovenkant twee dunne sprieten. Ze nemen het 'ding' dat ze 'Bolletje' noemen mee en dan ontwikkelt zich een serie spannende avonturen die hen zelfs in New York doet belanden en hen met de Russische en Amerikaanse spionagedienst doet kennismaken.
