Boek/5577
Als Dolon vijftien is, mag hij meebouwen aan de hoge toren. Net als de andere Steenhouwers van zijn volk. Hij kan bijna niet wachten tot het zover is en hij verbaast zich over zijn tweelingbroer Omar. Die verlangt helemaal niet naar het zware werk. Die wil alleen weten waarom de zwaluwen daar in de toren geen nesten bouwen. Omar moet uitkijken, denkt Dolon, want jongens zoals hij vallen soms zomaar van de bovenste trans. Na een gevaarlijke ontmoeting met een meisje van het Handelarenvolk begint hijzelf ook te twijfelen. Maar het duurt nog een tijd voordat hij weet wat het vreselijke geheim van de toren is.
