Boek/4804

Onder het bos van Duncton ligt een oeroud gangenstelsel waarin een groot mollenvolk woont, dat bestaat uit de onafhankelijke Westkanters, de geheimzinnige Moeraskanters en de oorlogszuchtige Oostkanters. Het eens zo trotse stelsel raakt echter meer en meer in verval. Op een dag dringt een vreemde mol het stelsel binnen: Alruin; groot, woest, sluw. Het duurt niet lang of alle mollen zwichten voor zijn sterke klauwen. Alruin heerst als een tiran, verbiedt zwerftochten buiten het stelsel en negeert de oude geboden en ritualen rond de 'Steen'. Toch heeft hij één zwakke plek: zijn dochter Rebecca, een jonge sterke mol wier geest hij niet kan breken. Na verloop van tijd zijn er méér mollen die zich verzetten tegen de heerschappij van Alruin. Hulver, de oudste mol van het stelsel, trekt zich terug in de Oude Ritten en houdt daar de ritualen rond de 'Steen' eenzaam in ere. Een jonge zwakke mol, Varen, voegt zich bij hem. Hij zal later Hulvers taak overnemen en samen met Rebecca proberen het kwaad dat het stelsel heeft doordrongen te bestrijden. Hierbij moeten zij velerlei gevaren trotseren: zij raken gewond, hun helpers sterven en het stelsel wordt door rampen getroffen, maar door de liefde en steun die zij elkaar geven, wordt het stelsel gered en herleven de oeroude waarden.