Boek/4451
...zwarte en grijze strijdwagens die als een lage donderende muur de horizon bedekken... Als op een onzichtbaar teken stopten de wagens toen ze nog een halve meroi ver waren...
'Het leger van de Zwarte Vorst?' vroeg Tiras aarzelend. De Naamloze knikte. 'En dat allemaal ter ere van ons?' bracht Bran uit in een poging tot scherts. 'Hebben we ook maar één kans, één schijn van kans?' vreog vrouwe Aloka van Lasme. De Naamloze schudde zijn hoofd, keek naar het zuiden, wees. Daar naderden vier ruiters, de Zwarte Vorst, de Grijze Meesters en de Grijze Maagd. Toen ze nog twintig el van de vier vrienden waren, stopten ze, stegen af en stonden daar, de grijze gestalten rond de Vorst geschaard.


