In dit hedendaagse politieke sprookje verwoordt Henk Roozendaal het vrijheidsideaal van een geknecht volk. In vloeiende beeldende taal vertelt hij de geschiedenis van het volk van Irrezië dat in opstand komt tegen het schrikbewind van de Kah. De tiran wordt verjaagd en zijn plaats wordt ingenomen door de godsdienstwaanzinnige priester Bahalla, die al snel een even reactionair en bloedig regime vestigt als zijn voorganger. De jonge revolutionair Rezi Dante slaat deze ontwikkelingen met lede ogen gade, en samen met een kleine minderheid van vrijheidsstrijders blijft hij ijveren voor een vrij en gelijk Irrezië. Tijdens de tumultueuze gebeurtenissen beleven de handen van Cile Almarel, afgehakt door de politiebeulen van de Kah, menig avontuur. Zij vormen het symbool van het verzet en wraakgevoel van het volk.
