Er huizen roversbenden in de buurt van Rommeldam en iedereen is op zijn hoede. Heer Ollie besluit de omwonende boeren op Bommelstein uit te nodigen om het te verdedigen. Die hebben daar geen zin in, maar gelukkig is er nog Lieven Knipmenis, die door heer Ollie wordt aangesteld als rentmeester. Knipmenis pakt het voortvarend aan en na korte tijd is het fortuin van zijn opdrachtgever opgebruikt, waarna de ijverige rentmeester de huisraad van heer Ollie gaat verkopen om het slot maar zo goed mogelijk te verdedigen. Uiteindelijk staat er niets meer in.
Tom Poes gaat op onderzoek uit en ontmoet een roversbende onder leiding van Bruno de Barre. Die overmeestert hem, maar hij weet zich te bevrijden, voordat de plannen ten uitvoer worden gebracht om Bommelstein te beroven. Ondertussen is de beveiliging van het slot zo ver, dat de boeren mee moeten betalen en op straat komen te staan als ze dat niet kunnen. Heer Ollie krijgt grote spijt en wijst Knipmenis en een legertje verdedigers onder leiding van Wammes Waggel de deur, net op het moment dat Bruno de Barre en zijn rovers arriveren. Heer Ollie en de roverhoofdman gaan nu ruzie maken wie er slechter is en tenslotte begraven ze de strijdbijl, vooral omdat er toch niets te halen is. Ze laten zich door Joost snert serveren en buiten de poort vieren ook de rovers en het legertje van Wammes hun feestje. Wanneer alles, inclusief Knipmenis, opgeruimd is kan heer Ollie met nog aanwezige goudstaven alles weer herstellen.
