Boek/1237690790

Heer Ollie heeft aandelen in een goudmijn, maar op zekere dag hoort hij dat deze waardeloos zijn geworden en hij moet Bommelstein verkopen. De koper, markies de Canteclaer, biedt hem een schaapherdershut aan om in te wonen. Daar ligt echter een geheimzinnige sleutel onder en die heeft de belangstelling van Super en Hieper. Ondanks een list van Tom Poes weten de boeven de sleutel te bemachtigen. Gelukkig hebben ze de waardeloze aandelen nog, want Tom Poes vermoedt dat die iets met de sleutel te maken hebben, te meer omdat Super ze zelf heeft ondertekend. Die wetenschap wordt Tom Poes fataal want Super en Hieper ontvoeren hem.

Wanneer heer Ollie aangifte doet, loopt ook hij, samen met Bulle Bas in de val, maar gedrieën weten ze te ontsnappen. Super en Hieper zijn dan echter al op weg naar Costa Crica, waar heer Ollies goudmijn zich bevindt. Na een achtervolging per vliegtuig achterhalen ze de boeven, maar die weten door Supers politieuitrusting de autoriteiten ervan te overtuigen dat niet zij, maar heer Ollie en Tom Poes de boeven zijn. Tom Poes ontsnapt andermaal en steelt de aandelen en de sleutel weer van Super.

De goudmijn ligt op het eiland Cola en met behulp van een indiaan arriveren heer Ollie en Tom Poes hier als eersten. Achtervolgd door de boeven weten ze als eerste bij de mijn te komen, maar deze schijnt leeg te zijn. Opnieuw worden ze overmeesterd door Super en Hieper en vastgebonden op een vaatje buskruit. De indiaan bevrijdt ze net op tijd en door de ontploffing van het buskruit wordt een nog onontdekte goudader blootgelegd. Gelukkig kan heer Ollie bewijzen dat deze van hem is, zodat hij thuis Bommelstein weer terug kan kopen met de nu weer waardevolle aandelen.