Boek/1223188117

Heer Ollie wordt uit bed gebeld door ene Kon Gruwer, die op sterven schijnt te liggen. Hoewel het bericht niet voor hem bedoeld is, gaat hij samen met Tom Poes naar het Krochthol om bijstand te verlenen. Het enige dat ze vinden is een stel eieren, waarvan ze er eentje meenemen naar Bommelstein.

In de volgende nacht komt het ei uit en verschijnt een vormeloze gedaante. Heer Ollie weet er eerst niets mee te beginnen, totdat blijkt dat het zijn eigen gedaante aanneemt. Hij noemt zijn gelijkenis Konstantijn.

Hoewel het kereltje er normaal uitziet vertoont het vreemd gedrag. Het wil bijvoorbeeld niet eten of drinken en schijnt genoeg te hebben aan geuren van allerlei soort, waardoor onder andere bloemen verwelken. De wetenschap staat voor een raadsel, want in voorkomende gevallen vervormt Konstantijn tot de vormeloze massa die hij eerst was en door het inademen van allerlei geuren groeit hij enorm, maar verliest evenzeer vaker zijn vorm met de vreselijke gevolgen van dien.

Op aanraden van Kwetal besluit Tom Poes om Konstantijn terug te brengen naar het Krochthol. Wanneer heer Ollie hier lucht van krijgt reist hij het tweetal achterna, maar wordt dwarsgezeten door professor Prlwytzkofsky en Alexander Pieps, die door de overheid gevraagd zijn met geweld aan het amorfe wezen een einde te maken. Dit betekent bijna het einde voor heer Ollie, maar die wordt tijdig gered door zijn beschermeling, die de vorm van een reuzeninktvis heeft aangenomen en de lucht in vliegt. Zijn beschermheer laat hij op de top van de berg achter waar hij veilig is.