Misschien is Jack Deans voor u geen onbekende? Hij schrijft namelijk fantastische verhalen en griezelromans. En wat doet een schrijver met zulk een reputatie als hij inspiratie zoekt? Hij gaat naar Guilclan. Een gehucht dat hoog tegen de rotsen kleeft, boven de zee en naast een lugubere en monotone heivlakte. Een vreemd dorp, waar vroeger geheimzinnige tovenaars onheilspellende vergaderingen hielden en de meest afgrijselijke vervloekingen uitspraken. In Guilclan wonen sombere, zwijgzame mensen, zoals de kamermeid met haar tongloze mond, de gekke dichter die zwaaiend met zijn armen over de heide trekt en de anderen, afstammelingen van twee geslachten die elkaar na eeuwen nog niet kunnen luchten of zien, en die, zonder aanwijsbare reden, tot moorden overgaan. Gelukkig is er ook de joviale dokter Arnold en vooral de mooie, innig zachte Betty Salforth. Inderdaad, in Guilclan valt heel wat te beleven, want over dit troosteloze dorp hangt een vloek, hangen de mysteries, en loert de dood. Jack Deans, de schrijver van griezelverhalen, zal zelf aan den lijve ondervinden wat het is om zelf angsten en de vloek van een werkelijke gruwel door te maken in het trieste decor van een gedoemd dorp.
