De blinden zijn al gesloten, de elektrische stroom uitgeschakeld: na een verblijf van een maand in het Franse kasteeltje ‘een speelgoedkasteeltje’, zoals de makelaar het noemde staat de familie Stern op het punt de terugreis naar Engeland te aanvaarden. Maar terwijl de pop Lark op het keukenfornuis zit te wachten totdat de kleine Sara haar op zal komen halen, weerklinkt er een griezelige lach over het maanverlichte kasteeltje. Ermintrui, de grote en laatste heks van Rezay, die hoog boven de daken vliegt op Bluffer de Gans, komt in actie! Eerst ontfutselt zij Lark aan de familie Stern dan wil zij weer het kasteeltje veroveren... Dat kasteeltje met zijn schat aan speelgoed, want al eeuwenlang heeft Ermintrui speelgoed gestolen, dat zij verborgen houdt op zolder. Daar martelt zij het in nachtelijke uren. Als de familie Stern is vertrokken en Lark eenzaam is achtergelaten in de open haard achter het fornuis, denkt Ermintrui de eerste ronde te hebben gewonnen en zij begint een woeste horlepiep te dansen op het dak, tussen de schoorstenen door. Die dans wordt haar echter noodlottig, want door een gat in haar zak verliest zij haar kostbaarste bezit, de Steen des Levens. Die steen valt door de schoorsteen, precies in de schoot van het houten popje... Nu verliezen de heks en haar niet bepaald heldhaftige gans hun onsterfelijkheid, maar voor Lark begint het Grote Avontuur des Levens. Zij maakt kennis met Zis, de Bronzen Griek, met Masha, de Russische lappenpop, met de arrogante Victoriaanse pop Arabella en met T’ang, het paardje van Chinees porselein allemaal slachtoffers van Ermintrui’s diefachtigheid. Elk van hen heeft zo zijn eigen verleden, herinneringen en dromen.
