Heer Bommel en Tom Poes willen gaan kamperen in het gebied achter het Donkere Bomen Bos, maar veel komt er niet van het buitengenot want het eten van de picknick wordt meegenomen door een aantal kleine personen. Het zijn de broers van Urgofrodel, die liefkozend Urgje wordt genoemd. Tom Poes en heer Ollie bezoeken de vreemde familie die dichtbij blijkt te huizen.
Urgje is een grote verwende lummel, althans in de ogen van heer Ollie, maar zijn moeder en broers willen van geen kwaad weten en doen alles om maar te zorgen dat hij niet gaat huilen. Heer Ollie vindt dat het kind een vaderhand nodig heeft, maar het gevolg is dat hij als enige gezien wordt die dat aan Urgje kan geven. En die gaat natuurlijk huilen wanneer heer Ollie niet aan zijn verplichting kan voldoen.
Wanneer de situatie boven heer Ollie's hoofd begint te groeien verschijnen professor Prlwytzkofsky en Alexander Pieps op het toneel. Zij zijn op zoek naar een hoogfrekwente geluidsbron en hebben die hier gelokaliseerd. Met springstof willen ze een einde maken aan de geluidsbron, maar heer Ollie weet tijdig te voorkomen dat Urgje opgeblazen wordt. Hij besluit het kind mee te voeren om het mooie dingen te leren.
Dat gaat enige tijd goed, al heeft heer Ollie erg veel last van de grapjes die met hem uitgehaald worden. Maar wanneer het hem andermaal te veel wordt weet hij van Urgje af te komen. In zijn eenzaamheid weet het kereltje nog maar een ding te doen: zo hard mogelijk te gaan huilen.
De aarde splijt en met alle macht wordt gewerkt aan een oplossing voordat alles door de trillingen vergaat. Prlwytzkofsky en Pieps komen met nieuwe springstof, heer Ollie en Tom Poes vinden een oude heer die de vader van Urgje blijkt te zijn en verslaafd aan het zogenaamde gruwelwater dat alles omkeert. De springstof en het gruwelwater zorgen er samen voor dat Urgje in een klap klein en volwassen wordt en gelukkig nooit meer zal gaan huilen.
