Boek/-1584368506

Eens , op een dag, ontmoette Tom Poes een ouden dwerg, die een zware zak vol blauw aarde achter zich aan over het bospad trok.

Tom Poes bood aan om hem te helpen, maar inplaats dat de dwerg dankbaar was, werd hij verschrikkelijk boos.

Hij riep, dat Tom zich met zijn eigen zaken moest bemoeien en dat hij moest maken, dat hij weg kwam.

Nu, als je denk, dat Tom Poes dat deed ken je hem niet ! Hij was nieuwsgierig geworden en volgde het kleine mannetje op een afstand.

Zo zag hij hem met zijn zware last in een diepe spelonk in de bergen verdwijnen en toen hij nog een poosje gewacht had zag hij, dat er uit diezelfde grot een lange rij reuzen te voorschijn kwam.

Nu begreep Tom Poes er helemaal niets meer van en hij holde zo vlug als hij dat met zijn korte beentjes doen kon achter de luid zingende reuzen aan.

Die renden regelrecht op een kasteel af, dat daar in de buurt lag en waarin de rijke markies van Muizenis woonde ! Ze beklommen de torens, kropen door de vensters en een klein poosje later kwamen ze met zware zakken en kisten op hun ruggen weer te voorschijn.

Tom Poes, die er nu alles van wilde weten vroeg den markies te spreken.

De arme man zat met een treurig gezicht in een van zijn zalen en vertelde aan Tom Poes, dat de reuzen al zijn geld en kostbaarheden gestolen hadden.