Heel, heel diep onder de grond wonen de aardmannetjes. Het zijn er wel duizend en hun koning heet Maro. Die aardmannetjes leven heel gelukkig met elkaar, tot op een dag…. een maanmannetje van de maan valt en in het aardmannenrijk terecht komt. Deze Dideridikus Dideridanus, zo heet het maanmannetje, zit vol boze streken. Hij ziet kans het toverpoeder van koning Maro te stelen en daarmee ontsnapt hij naar de aarde. In het dorpje Dongeldam begint hij een winkeltje waar hij toverballen verkoopt. Wie zo’n toverbal opeet mag een wens doen. De mensen wensen zich nu de malste dingen! Helaas mag van ieder gezin maar één persoon een wens doen en daardoor ontstaan natuurlijk grote moeilijkheden. Zij die de wens doen, denken alleen aan zichzelf. Zo wenst de burgemeester zich een prachtige grote auto, maar zijn vrouw kan niet tegen autorijden. Een jongetje wenst een mooie autoped en de rest van de familie is woedend, want die hadden heel andere, veel grotere wensen. Het arme gezin van de schoenmaker denkt slim te zijn en wenst een groot huis, maar dan worden de buurhuizen in elkaar gedrukt. Weldra hebben alle inwoners van Dongeldam ruzie met elkaar en Dideridikus Dideridanus verkneukelt zich van plezier. De heldere stijl en de sprookjesachtige sfeer maken dit boek tot een echt voorleesboek voor jonge kinderen. Oudere kinderen die al zelf lezen, kunnen hun hart ophalen aan de gekke toestanden in Dongeldam. Het verrassende einde van het verhaal leert kinderen op speelse wijze een kleine levensles. Al die hebzuchtige mensen moeten weer afstand doen van hun pas verworven schatten. Slechts het meisje dat niet aan zichzelf dacht, wordt vorstelijk beloond.
